Interview Team Covid-19

  • 11-09-20
  • Algemeen

Interview met het Covid-team van Magnolia

 
U maakte deel uit van de Covid-19 equipe. Kan u ons uitleggen hoe uw taken hierin verschilden van uw normale taken? 
Théo: Normaal hebben we geen speciale werkkledij aan en de mensen dachten ook dat het een epidemie was waarvoor niemand was voorbereid. Wij als zorgkundigen waren evenmin voorbereid en de aanpassingen en genomen maatregelen waren zwaar,  zeker ook psychologisch. 

Heeft het dragen van deze ongewone kledij ook iets veranderd in uw werk?  
Théo: Zeker en vast. Het dragen van een masker was zeker een hele aanpassing. Voordien droegen we enkel een masker voor de verzorging van bewoners in individuele isolatie. Het dragen van een masker van ’s morgens tot het einde van onze dienst was zeer overweldigend en ongewoon.


Diane: Het dragen van pakken gedurende heel onze shift was erg zwaar, zeker omdat het in deze pakken erg warm werd. Het was erg moeilijk werken voor ons. Er waren bewoners die ons niet herkenden in deze uitrusting, ze vroegen “wie ben je? Ik ken u niet.”, terwijl we voordien ook voor hen zorgden en die ons erg goed kenden. Het was een belangrijk moment om mensen te redden. Normaal verzorgen we bewoners met chronische aandoeningen, maar dit was helemaal anders, het was een epidemie. We waren erg bang dat onze bewoners zouden overlijden door deze epidemie, maar we hebben er alles aan gedaan om hen te redden. Het was eens te meer belangrijk om kwaliteitsvolle zorgen te geven voor de waardigheid van onze bewoners.


Welke hulp hebben jullie gekregen op gebied van materiaal en menselijk vlak? 
Sara: Wij zijn helemaal uit onze comfortzone moeten komen. Alles is veranderd. We hebben van de ene dag op de andere verregaande maatregelen moeten nemen. Hierdoor zijn we als equipe nog beter gaan samenwerken. We werden wel geholpen door zorgkundigen, verpleegkundigen en paramedici van andere diensten. Ze hebben taken op zich genomen waarop ze niet voorbereid waren en zijn ook uit hun comfortzone moeten komen. Het beheer van het materiaal was niet evident in het begin. Het was een pandemie. We wisten niet hoe we moesten reageren, wat we moesten doen of waar we allemaal nood aan hadden. We moesten onze bewoner zo snel mogelijk verhuizen, maatregelen nemen en we hadden helemaal niet het geschikte materiaal op dat moment. Elke dag was anders. Elke dag kwam er nieuw materiaal toe. Het materiaal, de pakken, de maskers en de schermen, waar we op het einde mee werkten waren al veel beter aangepast dan in het begin. We hebben ons stap voor stap aangepast.


Hebben jullie dadelijk geaccepteerd om deel uit te maken van deze equipe?  
Sara: Het is een beslissing die we samen genomen hebben met de directie. Structureel gezien was het gelijkvloers van Forsythia de meest aangewezen plaats om een isolatie afdeling op te zetten. Deze afdeling lag centraal en in de nabijheid van het bureau van de verantwoordelijken van de zorg. Wanneer ik dit aan de equipe heb verkondigd stonden ze niet te springen. Ze vroegen “ waarom wij?”. Ze waren bang, er waren teveel onbekende factoren voor iedereen. Wanneer er grote veranderingen zijn moeten we iedereen een beetje de tijd geven om zich aan te passen. 

Théo: Wanneer ons werd aangekondigd dat de isolatie afdeling op Forsythia ging komen, kenden we Covid-19 alleen maar van de media. Ik was onzeker om te zeggen “Voila, ik ga mensen verzorgen met een ziekte die ik niet ken en waarover maar zeer weinig bekend is.”. Maar zoals iedereen hier, heb ik gezegd dat er toch iemand voor deze mensen moest zorgen. 
En stillaan is deze gedacht in mij gegroeid, het is mijn taak om voor deze mensen te zorgen. Zelfs zonder informatie of opleiding, we moesten toch iets doen. 

Diane: De sociale media hebben een grote invloed gehad. We hadden schrik van wat we zagen op TV en via sociale media. We hadden schrik van deze ziekte. Maar op hetzelfde moment stelde ik me de vraag: “waarom heb ik mijn studies gedaan? In de eerste plaats om mensen te redden.” Waar mensen in nood zijn, staan we klaar om hen te helpen. Dan heb ik de beslissing genomen om mee in het Covid-team te gaan en de mensheid te redden. De eerste stappen waren moeilijk, maar eens in het ritme viel het best wel mee. 

Was er een impact op uw privé leven? 
Claudine: Voor mij persoonlijk was er zeker een invloed op mijn privé leven. Wij hebben op de Covid afdeling gewerkt. Wanneer we gedaan hadden met werken waren we moe en we hadden veel vragen over wat er nog komen zou. Mijn familie was bezorgd om mij, over hoe alles zou evolueren. Ze waren ongerust om zelf besmet te worden, want wij waren de hele dag op de Covid afdeling. 

Sara: Wanneer ik gedaan had met werken, waren mijn gedachten al bij de volgende dag: wat moest er nog gebeuren, wat konden we nog verbeteren, hoe omgaan met de ploeg, welke materiaal zou er beschikbaar zijn. Er waren elke dag aanpassingen en veranderingen. Het was een zeer vermoeiende periode, zowel fysiek, psychologisch als emotioneel. 
Als ik nu terug kijk op deze periode ben ik echt wel fier op het werk van de hele equipe. We hebben het tot een goed einde gebracht. 

Diane: Zoals Claudine al aangaf, het is vooral de impact op mijn familie die het moeilijk maakte. Ik was bang als mama. Niet voor mezelf, maar voor mijn zoontje van 6. Hij wist wel wat corona was, maar hij begreep de veiligheidsmaatregelen niet altijd. Wanneer ik na een werkdag thuiskwam wou hij me omhelzen zoals altijd. Dit kon natuurlijk niet, we moesten ons thuis ook wat afzijdig houden. Dit is moeilijk om uit te leggen aan een kind van 6 jaar. Hij had het hiermee erg moeilijk en voor hem was de moeder-zoon relatie voorbij. Maar, beetje bij beetje en met veel uitleg heeft hij begrepen hoe het in mekaar zat. “mama werkt als verpleegkundige en zorgt voor mensen die Corona hebben”. Op dit momenten moeten we dus afstand houden van elkaar. 

Théo: Voor mij was de aanpassing tussen werk en familie ook erg moeilijk. Zeker ’s avonds na het werk was het moeilijk om afstand te nemen. Alles van de afgelopen dag maalt nog door je hoofd. Elke avond zie in mijn dochter die me begroet en geef ik haar een knuffel. Op die momenten was het moeilijk en moest ik zeggen “nee, nee, opgepast want ik ben nog niet klaar, ik moet eerst van kleding wisselen.”. Ik ging mijn kleding achter in de tuin wisselen. Ik moest me eerst klaarmaken om mijn familie te ontmoeten, terwijl ik ze anders direct kon ontmoeten. Ook tijdens het eten nam ik afstand van mijn familie gedurende enkele weken. 


Hoe stond u tegenover de zieke bewoners? 
Claudine: We leefden mee met hen. We waren er voor hen, we zagen zieke mensen en we wilden hen zoveel als mogelijk helpen. We wilden dat ze beter werden en hebben er al het nodige voor gedaan. Ik had er wel een dubbel gevoel bij. Ik was fier op alles wat goed liep, het was voor mij een echte meerwaarde omdat ik hen hielp bij hun genezing. Langs de andere kant deed het me pijn dat we bewoners verloren hebben, ook al waren het er niet zoveel. 


Diane: Het was moeilijk, maar gelijk is “zorgen voor” ook begeleiden. Magnolia heeft dat goed gedaan, want ondanks de zware en moeilijke zorgen zijn er maar enkele bewoners overleden. Ik heb de zieke bewoners verzorgd en begeleid, met de gedacht dat ze konden overlijden of konden genezen. Als het toch zou gebeuren dat een bewoner kwam te overlijden, dan wou ik dat dit in alle waardigheid was. Bij iedere bewoner die genas wou ik zeggen: “wauw, Magnolia heeft het toch maar gedaan. Wij hebben kwaliteitsvolle zorgen gegeven, de zorgen die nodig waren”. 


Sara: Soms begrepen de bewoners niet waarom ze naar de isolatie afdeling werden gebracht. Ik herinner me nog een bewoner die me voor haar komst vertelde dat ze kwam om te sterven. Ze waren echt bang. De bewuste dame heeft de afdeling gezond en wel verlaten, maar het heeft me toch diep geraakt. 

Théo: We werden geconfronteerd met de vragen van besmette bewoners: “Ga ik doodgaan?” . Op een gegeven ogenblik vertelde een bewoner me: “voilà, ik ben positief, wil dat nu zeggen dat ik doodga?” Op die moeilijke momenten, moet je de juiste woorden vinden om hen gerust te stellen en dat we goed voor hen zullen zorgen. Je weet op voorhand niet wie het wel of niet zal halen, maar het is belangrijk om hen gerust te stellen, vertrouwen te geven en er te zijn voor hen zodat ze kunnen blijven vechten. 


De meeste bewoners zijn genezen. Wat is jullie gevoel hierbij? 

Claudine: Wij zijn heel erg fier op het resultaat. Elke keer opnieuw, wanneer we bewoners opnieuw zien rondlopen, die toen erg ziek waren, geeft dat erg veel voldoening. Enkele zijn zelfs opnieuw naar huis gegaan. Persoonlijk is dit voor mij een grote waardering want het is dankzij onze goede zorgen. 

Sara: Ik herinner me nog de dag dat we de afdeling helemaal leeg aantroffen. Ik ben naar huis gegaan met een zalig gevoel. Ik was echt tevreden om te zien dat er geen zieke bewoners meer waren. 

Diane: Voor mij was ons werk geslaagd en de aanpak van deze crisis is een belangrijke realisatie in mijn leven. Er zijn veel bewoners kunnen terugkeren naar hun vertrouwde afdeling en kamer, terwijl het bij hun aankomst in de isolatie afdeling helemaal niet duidelijk was of ze het gingen halen. Er was altijd die gedachte dat ze konden overlijden. Maar nu zien we deze bewoners terug, in de gang, bij de kapper, in de tuin. Dan zeg ik “Wauw, we zijn erin geslaagd.” Dit maakt echt deel uit van mijn professioneel succes. 

Théo: Elke dag wanneer een bewoner beter werd, gaf dit me moed om door te gaan: “gisteren heb ik het zo gelaten, hij heeft niet willen eten, maar vandaag heeft hij al een paar happen genomen.” Met de dag werd ik fierder en fierder, en de angst transformeerde stilaan in vreugde wanneer we de bewoners zagen vertrekken naar hun eigen kamers. 


Wat heeft deze ervaring betekend voor de equipe? 
Diane: Deze ervaring heeft ons als team zoveel sterker gemaakt. Nu zijn we een zeer hechte equipe geworden. Na deze ervaring neem ik ook meer de tijd om naar de bewoners te luisteren. Ik neem veel vaker de tijd om te luisteren en te observeren. 

Sara: Voor mij als chef heb ik mijn equipe veel beter leren kennen op gebied van persoonlijkheid en karakter. 
Claudine: We werden een hecht team en we konden echt op mekaar rekenen. We kregen veel steunbetuigingen “allez, goede moed”. Deze steun deed ons echt goed. 

Théo: Ik werd ook geraakt door de hulp van buitenaf, de hulp van de paramedische ploeg en andere diensten die ons kwamen helpen in deze moeilijke periode. Het was niet enkel een equipe van Forsythia, maar er stond een hele equipe van Magnolia. Zelfs al stonden wij in de frontlinie, we voelden ons gesteund. 


Wat was uw gevoel bij het sluiten van de Covid afdeling? 
Claudine: Vreugde (lacht). Ik heb de toer gedaan van elke kamer. Elke kamer heeft zijn verhaal en geschiedenis, met een goed of minder goed einde. Het was pure vreugde toen de dienst gesloten werd. 

Wat is u het meeste bijgebleven tijdens deze periode? 
Claudine: Het meest is met de afstand bijgebleven en het feit dat we echt voor alles moesten opletten. De reactie van de media is me ook erg bijgebleven. In de media ging het alleen maar over Covid, en we dachten ook alleen maar aan Covid. Er werd alleen maar over Covid gepraat op een negatieve manier, hoewel er ook veel mensen genezen zijn van Covid.

Théo: Wat me het meeste is bijgebleven is het gemeenschappelijke doel: het samen, intensief verzorgen van onze zieke bewoners. Normaal zorgen we voor bewoners die nog vrij goed zijn, nu hebben we meer nog dan anders, voor erg zieke bewoners gezorgd in hun laatste levensfase. Ik voelde me ook zwak en schuldig want soms waren er bewoners die ik de ene dag verzorgde en nog goed waren en de volgende dag waren ze er niet meer. Het was moeilijk om te aanvaarden dat ik alles gedaan had om deze mensen beter te maken, maar dat de bewoner toch overleed. Het overlijden van deze bewoners heeft me getekend. 

Sara: De grote werklast was enorm. Ik begon elke werkdag met de vraag wat is er dringend en wat is er belangrijk. Er zijn altijd prioriteiten in verschillende gradaties. Met de Covid was alles dringend en zeer belangrijk en we moesten erg veel taken afwerken die zeer uiteenlopend waren. We moesten voor onze bewoners zorgen, de familie op de hoogte brengen en geruststellen en voor de equipe zorgen. Het was fysiek en psychologisch erg zwaar. Het is een echte overwinning dat we hierin geslaagd zijn. 

Claudine: We moesten snel nadenken en snel handelen op hetzelfde moment. Gelijk mochten we ook niet teveel stilstaan want alles moest snel gaan om levens te redden. Dit was ook onze sterkste troef, snel en efficiënt handelen. We hebben zeer snel alles in orde gebracht  voor de isolatie afdeling. Als we deze beslissing niet zo snel genomen hadden denk ik dat we de situatie minder onder controle zouden hebben gehad. 

Sara: We hebben op zeer korte tijd 20 bewoners van dienst verhuisd om onze isolatie dienst te kunnen inrichten. Nadien moesten we de hele dienst opnieuw organiseren als isolatie afdeling en dit zowel op gebied van structuur als administratief. Een dag later kwamen de eerste zieke bewoners al toe. Echt indrukwekkend. 

Théo: De snelle aanpassingen, van uur tot uur of van minuut tot minuut zijn me ook bijgebleven. Iedereen moest zich snel aanpassen aan de situatie. Wat me opviel was dat alle genomen beslissingen een goed resultaat gaven. Ik ben er echt van overtuigd dat we alles gedaan hebben wat nodig was. 

Diane: Het idee om een aparte isolatie afdeling te maken was echt wel goed. Zo konden we ons echt op de bewoners concentreren zonder de bewoners van de andere afdelingen in de steek te laten. Door de isolatie afdeling wisten we direct of de bewoners positief waren of negatief en welke veiligheidsmaatregelen we moesten nemen. Zo konden we ook snel overleggen met onze coördinerend arts als deze langskwam. 


Sara: De isolatie afdeling had veel voordelen. Door deze bewoners apart te leggen hebben we het risico op besmetting voor de andere bewoners sterk verminderd. Al het beschermingsmateriaal kon zo ook centraal beheerd worden. Ook het personeel was meestal dezelfde, zodat het risico op besmetting voor de rest van Magnolia sterk beperkt werd.